Meerssens Mannenkoor
dinsdag, 23 oktober 2018

Sjef Dohmen

Meerssens Mannenkoor in de kijker

Bariton Sjef Dohmen, ’n enthousiaste gangmaker

De liefde voor de muziek werd Sjef Dohmen, geboren op 24 februari 1947, oudste van 5 kinderen, in Schinveld als het ware met de paplepel toegediend. Zijn ouders
baatten daar een café uit, Im weissen Rössl. In de aangrenzende zaal repeteerde toen de harmonie. Zo werd Sjef’s oor voor muziek al jong getraind. Hij werd dan ook al op negenjarige leeftijd paukenist bij Harmonie St.Cecilia. Bij die vereniging zou hij blijven tot 1971.
Bij ons gesprek blijkt dat ook zijn geheugen nog prima is. Misdienaar geworden in de 2e of 3e klas van de Lagere School, stampte hij alle Latijnse teksten feilloos in zijn hoofd. Nog steeds draait hij zijn hand er niet voor om die nog eens even op te dreunen. Daar zal ook wel niet vreemd aan zijn dat hij drie jaar gymnasium volgde. Maar toen dat toch wat te zwaar werd stapte hij over op Mulo A en B in Brunssum.
Na zijn eindexamen ging Sjef werken bij de AMF tot hij onder de wapens werd geroepen. Omdat uit de testen bleek dat Sjef graag met mensen omgaat werd hij in Breda opgeleid tot  onderofficier- instructeur bij de Artillerie en hij vervulde een dienstplicht van 21 maanden.
Afgezwaaid in oktober 1968 meldde hij zich vervolgens bij de Politieschool, toen nog in Doenrade.Thuis in Schinveld zong Sjef toen al enthousiast mee met de leden van het Mannenkoor Oranje, als die na de repetitie in “Im weissen Rössl” kwamen uitblazen.
Eind 1969 trad Sjef in dienst  bij de Geüniformeerde Dienst van de Gemeentepolitie Maastricht. Hij trouwde in 1970 en ging aanvankelijk wonen in Maastricht. Natuurlijk werd hij toen ook lid van de Politiemuziekkapel. In 1972 werd dochter Ellen geboren. In 1973 promoveerde Sjef tot rechercheur Bijzondere Wetten en omdat het huis in Maastricht wat klein werd, voerde de zoektocht naar ruimere behuizing het gezin Dohmen in 1974 naar Ulestraten. Daar werd in 1976 zoon Frank geboren.
In 1977 werd Sjef lid van de Koninklijke Fanfare Concordia. Van lieverlee raakte hij daar steeds meer bij betrokken. Begonnen als paukenist, verklaarde hij zich wat later bereid de tamboer-maître op te volgen toen die vertrok. En toen de instructeur van de drumband wegens een hartinfarct zijn taken moest beëindigen, nam Sjef dat er ook nog maar bij, aanvankelijk als waarnemer en vanaf 1982 definitief. Inmiddels was hij ook bestuurslid geworden en bekleedde diverse functies, zoals P.R.,  2e secretaris en voorzitter. Zo ontwikkelde een grote hobby zich geleidelijk van een gezonde ontspanning naar een ongezonde inspanning, zoals Sjef het zelf treffend formuleert.
Ook in zijn werk hadden de ontwikkelingen niet stilgestaan. In 1978 werd Sjef Sociaal Rechercheur, bepaald geen eenvoudig beroep, maar dat hij met veel voldoening en overtuiging onafgebroken tot 11 november 2008 (ja werkelijk, de 11e van de 11e) heeft uitgeoefend.
Begin 2005 besloot Sjef vanwege diverse redenen met het merendeel van zijn activiteiten bij de fanfare te stoppen. Alleen bij een gelegenheidsdrumband bleef hij nog betrokken. Wel heeft tot zijn trots en voldoening zijn zoon Frank, die een paar jaar geleden ook nog eens een geslaagde Kuutebietersprins was, hem als tamboer-maître opgevolgd.
De muziek, en met name het zingen, bleef Sjef toch trekken. Nu wilde het toeval dat diverse oud-bestuursleden van de fanfare de weg naar het Meerssens Mannenkoor inmiddels hadden gevonden, te weten Jo Smeets, Servé Halders, Math Otten en Lambert Voncken zaliger gedachtenis. Dat zette Sjef aan het denken.
Op 31 augustus 2009 werden de gedachten in een daad omgezet: hij werd lid van het koor en daar heeft hij nog geen moment spijt van gehad. Hij zingt met heel veel plezier bij de baritons en hij hoopt, gezelligheidsmens als hij is, dat hij met name ook nog een bijdrage kan leveren aan het wat verder ontwikkelen van het nazingen in de derde helft. Want Sjef is een echte sfeermaker en die kwaliteit wil hij ook graag voor het Meerssens Mannenkoor inzetten. Op die manier zal hij er stellig ook in slagen om zijn zoektocht naar een volgend lid voor het koor met succes te bekronen. (Karel Majoor)