Meerssens Mannenkoor
vrijdag, 23 februari 2018

Joep Cerfontaine

1e Tenor Joep Cerfontaine: zingend door het leven
Mijn gesprekspartner is deze keer Joep Cerfontaine die op 17 mei 1935 werd geboren in de Rechtstraat in Maastricht. Hij was de jongste van 4 kinderen en werd Hubertus gedoopt. Hoe Hub voor iedereen toch Joep werd wordt verderop uit de doeken gedaan. Voor de overzichtelijkheid gaat het hier verder met Joep.
Zijn vader was zadelmaker en zijn moeder kwam uit een grote en hechte familie uit Eys. Dat betekende veel verjaardagen die ook steeds trouw werden bezocht, waarbij veel gezongen werd. Zo kreeg Joepke dat zingen als het ware met de paplepel binnengebracht. Zijn leven is ook altijd in het teken van het zingen blijven staan. Dit portretje zal zich dan ook daarop toespitsen.
Allereerst was daar natuurlijk de Lagere School. Je kunt er nu alleen nog met weemoed aan terugdenken. Waar is de tijd gebleven dat zingen en muziek een vast onderdeel van het schoolprogramma vormden. En gezongen wérd er daar op de H.Hartschool, vaak zelfs iedere dag. Met name aan broeder Paulus bewaart Joep wat dat betreft levendige herinneringen. In die periode was hij ook 3 jaar jeugdlid van het Koepelkerkkoor.
Kort na de oorlog werd Joep lid van de verkenners, bij de Martinusgroep in Maastricht waar pater Raimund als aalmoezenier een zeer belangrijke en inspirerende rol vervulde. En deze pater Raimund lag aan de basis van de nieuwe naam van Joep. Om onverklaarde redenen sprak hij Huub aanvankelijk aan met Juup en dat werd al gauw Joep, door iedereen als vanzelfsprekend overgenomen, ook thuis, en de naam waaronder hij sindsdien door het leven gaat. Al gauw werd Joep leider van een groep van 13 verkenners waarmee hij heel wat avonturen meemaakte, met als hoogtepunt een fietstocht met 5 jongens naar Leiden om deel te nemen aan een kamp van de zeeverkenners. Als Joep daarover begint te vertellen zie je hem bij wijze van spreken weer de jongen van 15, 16 jaar worden en alle opwinding en spanning herbeleven!
Inmiddels was Joep op het Veldeke College de HBS gaan bezoeken. Mede op advies en aandringen van Pater Laetus stapte hij na de 3e klas in 1953 over naar de Kweekschool en haalde daar de Hoofdakte + akte gymnastiek en handenarbeid én de bevoegdheid tot het geven van godsdienstonderwijs. Daarmee kreeg hij zijn eerste aanstelling als onderwijzer aan de 4e klas van de Rijkslagere school, waar hij ook naar hartelust zijn liefde voor het zingen kon uitleven. Enige tijd later trad hij aan als onderwijzer aan de lagere school aan de Herbenusstraat in Limmel en daar begon hij te studeren voor de akte L.O. aan de opleiding in Heerlen.
Ook bij de verkennerij bleef hij intussen actief betrokken als groepsleider bij de St.Josephgroep en later in Caberg bij Christus Koning. Die hele periode was doordesemd van het plezier aan de samenzang. Dat kreeg nog een nieuwe dimensie en impuls toen Joep werd opgeroepen onder Hare Majesteit wapenrok en werd uitverkoren voor een opleiding tot officier bij de Commando’s waar hij diende als pelotonscommandant. Ook bij dat elitecorps vormde het zingen een niet weg te denken element. Joep heeft daar een groot liederenrepertoire aan overgehouden. En nog steeds gloeit er ook een licht gevoel van teleurstelling bij hem na, wanneer hij vertelt over de traditionele uitverkiezing van de voorzanger. Om beurten moest de lichting uittreden en voorzingen. Uiteindelijk legde Joep het af tegen…. de zoon van generaal De Roos.
Na het vervullen van zijn dienstplicht en het afronden van zijn L.O. Gymnastiek werd Joep gymnastiekleraar aan de MAVO Pottenberg. In die tijd leerde hij ook Yvonne kennen, met wie hij trouwde en 2 kinderen kreeg, Roger en Nicole. Ook ging hij weer in een koor zingen, eerst bij het Koepelkerkkoor, nu als tenor, later ook bij het koor van de O.L.Vrouweparochie. En ook zong hij nog enige tijd bij het gemengd koor van Neerbeek. En steeds heeft hij dat als inspirerend en stimulerend ervaren. Door de mensen die hij daarbij ontmoette, door het gevoel van verbondenheid die het veroorzaakt, door het plezier en de voldoening die je er aan beleeft.
En het is dan ook niet verwonderlijk dat ons gesprek uitmondt in gezang en dát tot ons genoegen, want zoals Joep graag citeert: “ Wo man singt dort setz dich nieder, Böse Menschen haben keine Lieder”.
En Joep sluit met een gevoelige resonans in zijn stem af met een van zijn favorieten: “Lieber Herr Gott in Himmel, Ich hab’ nur ein einzige Bitt, Wenn die Bub’n und Mädel singen, Lieber Herr Gott, sing mit!”
En zo bleef het nog lang onrustig in Rothem.
Karel Majoor