Meerssens Mannenkoor
maandag, 17 december 2018

Wiet Lemmens

Wiet_LemmensDe liefde voor het zingen is Wiet Lemmens (geboren op 21 mei 1941 in Klimmen) als het ware met de paplepel ingegeven. Zijn ouders verhuisden wegens het beroep van Wiets vader bij de N.S. naar Geulle, en daar op de Lagere school zwaaide bovenmeester Urlings niet alleen de scepter maar ook het dirigeerstokje. Dat was nog in de tijd dat werd ingezien hoe groot de waarde van het samen zingen is: er werd daar met overgave gezongen en Wiet genoot daarvan en kwinkeleerde enthousiast mee.
Alle gangbare Gregoriaanse gezangen werden geoefend en nog eens geoefend. Wiet kent


ze nog steeds en heeft er een blijvende liefde voor het Gregoriaans aan overgehouden.  Maar op een gegeven moment brak zijn stem en viel het nachtegaaltje voorlopig stil.

De liefde voor de muziek, en vooral voor de zangkunst was echter blijvend gewekt. Zo heeft Wiet nog steeds onuitwisbare herinneringen aan een uitvoering van de opera Rigoletto die in de openlucht in het Steinderbos werd uitgevoerd en waarvan hij als dertienjarige getuige was. Onvergetelijk!

Voorlopig werd er evenwel niet meer in koor gezongen totdat hij bij een samenzang bij een huwelijksvoltrekking naast een koorzanger bleek te staan en werd “herontdekt” : “Je moet eens meegaan naar ons koor, je hebt een goede stem.” Dat bleek de Beeker Liedertafel. Wiet was 46 en pakte de zangdraad met groot enthousiasme weer op. Een zeer divers repertoire maakte hij zich eigen. Nog heel wat partituren in huize Lemmens getuigen daarvan.
Daarbij stelde Wiet er een eer in de teksten zoveel mogelijk uit het hoofd te leren, een wijze van zingen waarvan hij sowieso voorstander is: “Zo heb je beter contact met dirigent en medezangers”. Bij de Beeker Liedertafel ging zijn voorliefde uit naar operamuziek, maar ook kerkmuziek (“een Misje af en toe”) versmaadde hij niet.
Ondanks drukke werkzaamheden - Wiet begon op 49-jarige leeftijd nog met een eigen bedrijf en was een zeer actieve secretaris van de Biljart Club Ulestraten B.C.U. en speelde 1e klas libre (hoogste serie 112) – was Wiet 17 jaar trouw en gemotiveerd lid van het Beeker koor.

Door een paar privé-omstandigheden zag Wiet zich genoodzaakt zijn koorlidmaatschap te beëindigen, maar na een paar jaar begon het toch weer te kriebelen in het strottenhoofd en toen Trees, de vrouw van Wiet, vorig jaar terugkwam van een uitvoering van Meerssens Mannenkoor met de mededeling: “Wiet, jong, dao moste beej gaon, dat is ein koër veur dich”, was het pleit snel beslecht. (Ik zou zeggen: bosje bloemen voor Trees). Wiet ging eens poolshoogte nemen op een maandagavond en is daarna niet meer weggebleven. Dat heeft allereerst te maken met de sfeer in het koor, die hij als gemoedelijk en plezierig beschrijft. Maar er wordt ook lekker gezongen!

Wiet zou best nog wel wat meer operawerk willen zingen, of iets uit de Carmina Burana, en niet omdat hij dat al kent zoals we samen al zingend vaststelden,( O, o, o totus floreo!), maar omdat hij dat fijn zingen vindt. En ook wat Gregoriaans af en toe zou hem wel lijken. Maar voorop staat dat de sfeer goed is, dat is de basis voor een bloeiend koor. Wiet is dan ook graag bereid zich op andere manieren voor het koor in te zetten. Ik heb hem daarom gevraagd om allereerst in zijn omgeving eens rond te kijken of hij nog een nieuw koorlid weet te werven. En dat heeft hij beloofd. En allicht wil iemand die dit leest hem daar wel bij helpen.

Ga terug ...