Meerssens Mannenkoor
dinsdag, 11 december 2018

Jo Konings

Meerssens Mannenkoor in de kijker

2e Tenor Jo Konings, opnieuw 'n Kräölke

Door diverse omstandigheden zijn de portretjes van nieuwe leden van het Meerssens Mannenkoor er de laatste tijd een beetje bij ingeschoten. Maar ondertussen is ons koor gestaag doorgegroeid, dus alle aanleiding om de draad weer op te pakken. Deze keer is mijn gesprekspartner Jo Konings uit Rothem.
Jo is daar op 19 december 1949 geboren als 5e zoon in een gezin van 9 kinderen van ouders die beiden ook uit een groot gezin stamden. Opa Konings was kerkmeester en de familie telde tenminste 2 heerooms.
Jo ging naar de bewaarschool op Aan de Gapert bij juffrouw Thijssen en juffrouw Mimi (Fraats) en toonde zich daar vanaf het begin zeer zanglustig. Met zijn vriendje Hans Corstjens stond hij vaak in de gang van de bewaarschool al te zingen en dat ontging natuurlijk ook Meister Swanevleugel niet. Jo werd dan ook al spoedig ingelijfd bij de Kräölkes.
Was zingen zijn lust en zijn leven, studeren was niet zo zijn ding. Jo was een echt buitenjong, altijd in de weer. Pap helpen in de grote moestuin, onontbeerlijk voor het kinderrijke gezin. Maar vooral ook buiten spelen vaak met zijn vriendje Pierre, die enig kind was. Op zekere dag waren de twee onvindbaar, dus dat leidde tot lichte paniek in Rothem. Jo's moeder probeerde de moeder van Pierre nog wat gerust te stellen waarop die in haar bezorgdheid eruit flapte: "Jao dich höbs good praote. Dich höbster genog, maar ik höb d'r maar ein!"
Na de lagere school ging Jo naar de Ambachtschool. Nog voor die tijd ( zo rond zijn tiende) begon hij ook Mat Muijtjens, bakker van de MABRO, te helpen bij diens broodrondes per bakfiets. Op zijn 15e werd dat omgezet in een baantje bij de MABRO. Omdat dat minder aansloot op zijn ambachtschool maakte hij een uitstapje naar de werkplaats van V&D, maar al gauw keerde hij naar de MABRO terug en ging de Malberg-route rijden. Tot hij op zijn 19e in dienst moest waar hij werd ingedeeld bij de Intendance. Na een opleiding tot kok-chauffeur in Vught en in Leiden werd hij in Oirschot bij het 11e Tankbataljon geplaatst, waar hij in 1972 afzwaaide en terug in Rothem weer ging werken bij MABRO.
In 1973 werd Jo geïnstalleerd als Prins Jo I van de Kwakkers (later De Gapers) met aan zijn zijde Prinses Wilma (Gielissen) met wie hij een jaar later trouwde. Dit huwelijk hield stand tot 1981.
Ondertussen was Jo als chauffeur in dienst getreden bij een klein vleesverwerkingsbedrijf in Maastricht, later in Born. Toen dat in 1989 failliet ging vond Jo al spoedig een baan bij Plieger, waar hij tot zijn VUT in 2012 in dienst bleef. Inmiddels had Jo in 1982 Helma leren kennen, ambtenaar bij de gemeente Valkenburg aan de Geul. Ze trouwden in 1985 en kregen 2 kinderen: Rachelle in 1994 en Daniël in 1996. Rachelle die in Utrecht een studie Rechten was begonnen, is weer thuis komen studeren in Maastricht na het overlijden van Helma in april 2013. Daniël volgt een MBO-opleiding in Eindhoven voor game developer.
Jo is vele jaren actief geweest bij RVU. Hij speelde 16 jaar in het eerste als taaie middenvelder en daarna nog een paar jaar in het tweede. Ook was hij tot begin jaren negentig lid van het RVU-bestuur. Daar hield hij mee op toen de kinderen geboren werden.
Wel bleef het zingen hem steeds trekken, een aantal jaren bij jongerenkoor Song of Joy in de jaren 70 en van 1990 tot 1992 in het kerkelijk zangkoor van Rothem. Daar moest hij vanwege een poliepenoperatie aan zijn stembanden mee stoppen.
In 2010 wilde hij weer opnieuw gaan zingen en koos hij voor het Meerssens Mannenkoor. Hij vindt ons repertoire aantrekkelijk en hij ziet voordelen in het zingen met mannen onder elkaar. De sfeer is doorgaans ontspannen en het niveau bevindt zich in een stijgende lijn. Jo is er nog niet aan toe gekomen om ook thuis af en toe te oefenen, maar wat niet is kan nog komen. En ook herinner ik hem eraan dat het ook fijn zou zijn als hij een nieuw koorlid zou weten te werven; met zijn oude zangersnetwerk zou dat toch moeten kunnen.
Jo heeft daarnaast nog andere bezigheden. Zijn grootste steun ondervindt hij van de Evangelische Gemeente 'Kom en Zie' in Schinnen, ook bekend als de Pinkstergemeente. Ook voor Roemenië is Jo actief; hij is daar inmiddels 3 keer met een hulptransport naar toe geweest.
We sluiten af met wat bespiegelingen over het zingen, door Jo afgerond met de constatering dat Armonía nog steeds te hard gezongen wordt naar zijn smaak.
Maar ja, zachtjes zingen door 50 mannen samen is ook geen lichte opgave!

Karel Majoor